SCENE 1 - EGYPTE
Lied 1 - Openingslied
1. Allen
Wij zingen van Mozes, want hij ging ons voor
Naar waar je in vrede kunt leven
Hij zette ons allen voorgoed op het spoor;
Hij heeft het in boeken beschreven
Zo dringen de woorden nog steeds tot ons door
“Hoor, Israël, hoor!”
En zo is het altijd gebleven
REFREIN Allen
Wij trekken uit het slavenhuis
De toekomst tegemoet
Geen vijand die ons tegenhoudt
Wij gaan met goede moed
En tegen alle weerstand in
Dit is een nieuw begin
2. Allen
Voor ons was Egypte het land van de dood
Waar schreeuwen van pijn was te horen
Het was in die dagen van bittere nood
Dat Mozes bij ons werd geboren
Bij ons, bij het volk in een slavenbestaan
We gingen eraan!
Voor ons kón geen toekomst meer gloren
REFREIN Allen
3. Mirjam
Ik zing hier bij Mozes, mijn broertje zo lief,
Dat aan de rivier prijsgegeven
Daar ligt in zijn kistje van biezen, passief
Ik denk: zal hij sterven of leven?
Ik denk: zo is heel ons volk in gevaar
Ach, was het maar waar,
Dat de hemel uitkomst kon geven!
REFREIN Allen
4. Prinses
Nu ben je mijn zoon en gelukkig voortaan.
Je wordt een Egyptische jongen!
Ik heb je gered uit het slavenbestaan
Want daar is je volk toe gedwongen
Jij Mozes – want zo heb ik zelf jou genoemd –
Wordt wereldberoemd
En je naam wordt alom bezongen
REFREIN Allen
5. Allen
Wij zingen van Mozes, want hij ging ons voor
Naar waar je in vrede kunt leven
Hij zette ons allen voorgoed op het spoor;
Hij heeft het in boeken beschreven
Zo dringen de woorden nog steeds tot ons door
“Hoor, Israël, hoor!”
En zo is het altijd gebleven
REFREIN Allen
SCENE 2 – MOZES’ VLUCHT
Lied 2 Braambos
1. Allen
Mozes, Mozes, kom niet dichterbij
De plaats waar je staat dat is heilige grond
De berg waar je bent en het vuur dat je ziet